Chronologische samenvatting van hoe de Apeldoornse damwereld zich tussen 1926 en 1946 ontwikkelde.
Oprichting en beginjaren (1926)
- 21 september 1926: oprichting van De Dam door o.a. A. de Ruiter, G.J. Zwart, H. Zwart en W. de Boer.
- Ontstaan uit informele huiskamerpartijen; later fusie met de groep rond H.J. Smid (sterke speler, kampioen van Noordelijke provincies).
- Eerste bestuur: De Ruiter (voorzitter), G.J. Zwart (vice), W. de Boer (secretaris), H. Barelds (penningmeester).
Groei en bloei
- Clubavonden eerst in Concordia, later in andere zalen.
- Artikel 12 van het reglement: geen politiek tijdens clubavonden β dit waarborgde brede toegankelijkheid.
- Snelle ledengroei tot ca. 30 leden, in 1931uitgegroeid tot de grootste vereniging van Nederland.
- Bekend om sportieve geest en kameraadschap.
Wedstrijden en prestaties
- Vroege ontmoetingen tegen het Apeldoornse politiecorps (aanvankelijk verlies, later winst).
- Simultaanseances met grootmeesters zoals P.J. van Dartelen (1928) en wereldkampioen B. Springer.
- Oostelijk kampioenschap behaald, sterke reputatie in de landelijke damwereld.
Jubileum en waardering
- Burgemeester Quarles van Ufford en erevoorzitter H.J. Smid prijzen de vereniging om haar sportieve geest en brede invloed.
- Oprichter G.J. Zwart blikt terug op de beginjaren, inclusief anekdotes (zoals de avond met tien wekkers die steeds afliepen).
- Het jubileumboek bevat ook advertenties van lokale bedrijven, wat de verwevenheid met Apeldoorn toont.
π Apeldoorns Damgenootschap
Oprichting (1936)
- 28 september 1936: oprichting van A.D.E.S.A. (Algemeen Dam- en Schaakgenootschap Apeldoorn) in koffiehuis βEzraβ.
- Initiatief van D.J. Beumer en J. Visser Jr., met ca. 15 leden.
- Aanvankelijk zowel dam- als schaakvereniging.
- Eerste bestuur o.a. P.J.J. van der Bel Sr. (voorzitter), J.J.P. van der Walle (secretaris), D.J. Beumer (penningmeester).
Groei en organisatie
- Eigen borden en materiaal gemaakt door leden.
- Ledental snel boven de 30; indeling in speelklassen.
- Aansluiting bij de Geldersche Dambond (GDB) en de Geldersche Schaakbond (GSB).
Competities en resultaten
- Eerste jaren wisselend succes: nederlagen tegen sterke clubs (Zutphen, Loenen), maar ook overwinningen (o.a. tegen Beekbergen).
- Schaakafdeling actief tot ca. 1938, daarna afgesplitst.
- Damafdeling bleef groeien en boekte successen, zoals winst in de 2e klasse bij het Arnhems Damgenootschap-toernooi.
Oorlogsjaren en naoorlogse periode
- Tijdens de oorlog bleef de vereniging actief, maar met beperkingen.
- Enkele leden verdwenen tragisch in concentratiekampen (o.a. Elze, sterke Apeldoornse damkampioen).
- Na de oorlog hervatte ADG haar activiteiten krachtig.
Jubileum 1946
- Burgemeester Des Tombe feliciteert ADG en benadrukt de intellectuele waarde van het damspel.
- Voorzitter J. Visser Jr. roept leden op tot trouw en inzet voor de toekomst.
- Het jubileumblad toont ADG als bloeiende vereniging, naast De Dam, beide als pijlers van de Apeldoornse damwereld.
π Samenhang tussen beide verenigingen
- De Dam (1926) was de eerste grote Apeldoornse damvereniging, met een sterke traditie en reputatie.
- ADG (1936) ontstond tien jaar later als tweede vereniging, aanvankelijk ook met een schaakafdeling.
- Beide clubs stonden soms tegenover elkaar in wedstrijden (ADG leerde van nederlagen tegen De Dam).
- In de jubileumboeken wordt duidelijk dat Apeldoorn in de jaren β30 en β40 een damhoofdstad was, met twee sterke verenigingen die elkaar aanvulden en stimuleerden.
- Burgemeesters en bonden benadrukken steeds de culturele en opvoedende waarde van het damspel.
π Conclusie
Tussen 1926 en 1946 ontwikkelde Apeldoorn zich tot een centrum van de Nederlandse damsport:
- De Dam legde de basis en groeide uit tot een van de grootste clubs van het land.
- ADG bracht nieuwe energie, verbond dam en schaak, en bleef na de oorlog een bloeiende vereniging.
- Samen zorgden zij voor een levendige denksportcultuur, met kameraadschap, studie en sportieve competitie als kernwaarden.