Zwart heeft problemen door de combinatie van schijven op 22 en 24 en probeert daar logisch van af te komen met 1…22-27. Wit antwoordt met 2.32-28.
Wat gaat er nu door het hoofd van zwart? Waarschijnlijk zoiets als:
“Na 27-32 speelt wit… wacht, 25-20 werkt niet, want dan sla ik naar 41. Het lijkt alsof hij gewoon een blunder heeft gemaakt. Daarom kijkt hij nu zo wanhopig en schudt hij zijn hoofd. Of speelt hij toneel? Dit is dammen, geen poker! Maar ik zie geen combinatie na 27-32. Dus ik sta gewoon gewonnen? Het lijkt er echt op dat het een blunder was. Dus vooruit, spelen maar.”
Maar het verhaal krijgt een andere wending…