HET VERKEERDE ANTWOORD OP DE ECHTE DREIGING

Deze praktische stand bevat meerdere pareltjes. Wit doet een zeer sterke zet: 1.33-28!, met de dodelijke positionele dreiging 28-23.

Zwart moet reageren. De meest logische zet is 1…14-19.

Maar die verliest. De partij zal eindigen in een 1-tegen-1-oppositie. Hoe?

En een tweede, open bonusvraag: hoe had zwart nog kunnen ontsnappen?

NA 1.33-28! 14-19? WINT WIT


Bekijk de oplossing →

ILLUSIE VAN VRIJHEID

Zwart wil het centrum versterken met 1…18-23. Het probleem is dat wit dit voorkomt met de subtiele combinatie
2.37-32, 3.47-42, 4.50-45.

Daarom speelt zwart eerst 1…16-21 gevolgd door 2.47-41.

Het lijkt nu alsof wit deze remmende gedachte niet kan volhouden en dat zwart eindelijk vrij kan ademen en 18-23 kan spelen. Maar dat blijkt niet zo te zijn.

NA 1…16-21 2.47-41 18-23? WINT WIT


Bekijk de oplossing →

POSITIONELE LOGICA ONTMOET TACTISCHE WEERLEGGING

In deze standaardstelling met een korte vleugelopsluiting heeft wit een optimale structuur opgebouwd, met ook tactische ideeën zoals
27-21, 37-31 en 47-41. Zo zou bijvoorbeeld 12-18 verliezen.

Het is dus niet verrassend dat zwart de meest logische positionele zet speelt: 1…11-17.
En mijn volgers weten waarschijnlijk dat ik het juist mooi vind wanneer de meest logisch ogende positionele zet faalt door een tactische weerlegging.

NA 1…11-17? WINT WIT


Bekijk de oplossing →